De visie van de boer

Op het veld kiest boer Pieter-Jan ervoor om de natuur zo weinig mogelijk te verstoren, en de biodiversiteit te stimuleren. Uiteraard heb je altijd een impact als je aan landbouw wilt doen, en er opbrengst uit wilt halen.

Maar er zijn veel mogelijke manieren om dit te doen.

Vanaf het begin werd ervoor gekozen om aan landbouw te doen volgens de biologische regels. De groenten, het fruit en de bloemen hebben dan ook het bio-label.
Meer nog… In de biologische landbouw mogen er nog steeds heel wat ‘natuurlijke’ producten gebruikt worden tegen ziektes en plagen. Pieter-Jan kiest ervoor om deze producten niet te gebruiken omdat daardoor alles uit balans gehaald wordt.
Het is belangrijker om te zorgen voor diversiteit en te zorgen dat de bodem gezond is waardoor ook de planten een betere weerstand hebben.

Geen gezonde groenten zonder een gezonde bodem

Hoe zorgt de boer nu voor een gezonde bodem?
Als eerste zorgt hij ervoor dat de bodem zoveel mogelijk bedekt is. Dat kunnen levende planten zijn, maar ook dood mulch materiaal zoals bijvoorbeeld bladeren, gemaaid gras,…
Na een groenteteelt (die trouwens ook de bodem bedekt), zaaien ze zo snel mogelijk een groenbemester in. Een groenbemester neemt het voedsel dat nog in de bodem zit op, en zorgt ervoor dat de bodem minder snel uitdroogt, er geen (wind)erosie is, er geen voedingsstoffen uitspoelen, insecten en eventueel vogels er voedsel vinden,…
Afhankelijk van het soort groenbemester, vriest deze al dan niet kapot in de winter.
De niet kapotvriezende groenbemester blijft leven en wordt in de lente fijngemaaid en ondiep ingewerkt. Dit kan enkel bij droog weer want deze groenbemesters sterven niet zomaar af.
De kapotvriezende groenbemester valt in de winter plat en zorgt ervoor dat de bodem heel mooi bedekt is. De structuur onder deze bedekking is ideaal. Het bodemleven doet al het werk.

In de lente moet al deze groenbemester ingewerkt worden. Dit gebeurt niet door te ploegen, want daardoor worden alle bodemlagen gekeerd. Dat is gemakkelijk maar zeker niet goed voor het bodemleven.
Er wordt voor gekozen om de groenbemester zo ondiep mogelijk te frezen. Liefst maar enkele centimeter diep.
De groenbemester droogt nadien uit en verteert ter plekke. Daarbij komt er voedsel vrij voor de volgende teelt.

Da kapotgevroren groenbemester werd gemaaid en licht ingewerkt

Er wordt heel wat op het veld geoogst dus er moeten ook zaken toegevoegd worden om de bodem niet uit te putten. Er wordt bemest met stalmest en/of compost. Beide stimuleren het bodemleven. Zo wordt geprobeerd de organische stof in de bodem te verhogen.

De stalmest van biologisch opgevoede koeien wordt verspreid

Nadien wordt er doorgereden met een actisol. Dit is een machine die ervoor zorgt dat de harde lagen in de bodem gebroken worden zonder de bodemlagen te verstoren. De planten kunnen op die manier ongestoord wortels maken en groeien. Hoe dieper ze wortelen, hoe beter want dan zijn ze sterker in drogere periodes.

Om de bodem niet te veel uit te putten schuiven de groenteblokken elk jaar door. Het ene jaar staat er prei, het andere jaar staan er tomaten. Na 4 jaar groenten telen krijgt de blok rust en wordt er een groenbemester ingezaaid die 2 jaar blijft staan.
Er wordt dus enorm ingezet op groenbemesters en bodemverzorging.

Tijd om te planten!

Zonder insecten zou er niet veel te oogsten zijn

Insecten… Vele mensen voelen het al kriebelen maar zowat alle groenten en fruit,… moeten bestoven worden door insecten om oogst te geven. Prei, bloemkolen,… lijken niet bestoven te moeten worden om oogst te geven, en dat klopt. De deelnemers oogsten deze groenten reeds voordat ze bloemen maken. Maar, al deze gewassen moeten ook bloemen maken en bestoven worden om zaden te maken om later uit te zaaien.
Uiteraard zijn er vele malen meer insecten dan bijen en hommels met elk hun eigen nut.

Deze insecten hebben het steeds moeilijker. Ze krijgen pesticides over zich heen, hebben steeds minder diverse gebieden,…
Daarom werden er vele (bloeiende) hagen, houtkanten, bomen, struiken geplant. Elk jaar komen er planten bij. Op het veld vinden ze ook een takkenwal en een groot insectenhotel. Zo vinden deze insecten gedurende het hele jaar voldoende voedsel en nestgelegenheid. Ook vogels profiteren mee van de beschutting in de hagen en van de bessen die eraan hangen.

Al deze insecten en vogels helpen mee bij het gezond houden van de teelten.
Bladluizen worden opgegeten door lieveheersbeestjes, sluipwespen,… Rupsen worden gevangen door vogels,… En muizen worden gepakt door de torenvalken. Voor alles is er een duurzame oplossing. Vaak komt er een natuurlijke oplossing zonder iets te moeten doen (buiten het aanbieden van voedsel, nestgelegenheid,… aan nuttige insecten).

Wie komt oogsten wordt verwelkomt door een 20-tal kippen. Zij zitten vooraan in een grote kippenren van wel 1.000m². Zijn ze daar niet? Dan is de kans groot dat ze op het veld zitten. Want ze hebben een mobiel kippenhok op wielen waardoor ze na een groenteteelt ook even op het veld kunnen lopen. Ze helpen trouwens ook bij het kapot maken van de groenbemesters wanneer er geplant moet worden.

Naast de kippen is er ook een reële kans dat je Pesto, Olive of Oreo tegenkomt. Onze 3 boerderijkatten.
Pesto is de mama van Olive en Oreo.
Oreo is de jongste van de bende en is blind. Omwille van haar veiligheid vertoeft ze voornamelijk binnen. Maar wanneer het goed weer is en we een oogje in het zeil kunnen houden, mag ze ook buiten. Je zou het haar niet aangeven dat ze blind is want ze loopt rond, vangt vliegen, springt in bomen, loopt achter Olive en Pesto, noem maar op!